Vliegtuigtoiletten

Inleiding
Biologische agentia in vliegtuigtoiletten

Literatuur

Inleiding

De mogelijkheid tot blootstelling aan microbiologische agentia bij vliegtuigtoiletten verschilt enigszins van die bij “gewone” toiletten. Dat geldt vooral voor het personeel dat deze vliegtuigtoiletten leegt en heeft met de volgende punten te maken:

1. De vele internationale gebruikers: de meeste vliegtuigen komen immers overal. Daardoor is er blootstelling mogelijk aan hier (bijna) verdwenen virussen zoals het poliovirus of aan mogelijke nieuwe virussen (zoals SARS).

2. Het na afloop van de vlucht geleegd worden op het vliegveld waarbij door morsen en spetteren het personeel een extra kans op blootstelling loopt. Tegenwoordig wordt wel vaak een preload (met desinfectantia) aan de container toegevoegd. Over de effectiviteit ervan zijn nog geen EB (evidence-based) onderzoeken gedaan. Aangenomen mag worden dat deze preloads de groei sterk verminderen en mogelijk ook dodelijk zijn voor de meeste agentia. 

Het aantal mogelijke agentia is echter redelijk groot en er moet altijd rekening worden gehouden met nieuwe agentia. Over gezondheidsschadelijke effecten van deze preloads zelf is niet veel bekend. Overigens passen niet alle maatschappijen dit principe toe. Ook zijn er soms twijfels over de kwaliteit van de watervoorziening aan boord, waarin diverse biologische agentia zijn aangetroffen die er niet thuishoren als b.v E. Coli

3. Het repareren van kapotte WCs op de vliegvelden.

4. Het schoonmaken van de WCs met hoge drukreinigers voor reparatie brengt ook aerosolvorming met mogelijkheden tot transmissie met zich mee.

Transmissie naar de werknemers kan plaatsvinden via aerosolen of via verwondingen

In de toilettanks moet men rekening houden met de aanwezigheid van agentia die afkomstig zijn van feces en van urine. Urine is op zich steriel en kan alleen bij zieken enkele biologische agentia bevatten. Onderzoek naar virale aanwezigheid in toiletafvoerproducten gaf echovirussen 7, 13 en 33 , en Coxsackievirus B2 te zien. Het betreft hier echter een steekproef van geringe omvang (Shieh 1997). Naast blootstelling aan de agentia op zich valt ook blootstelling aan endotoxines niet uit te sluiten.

Onderzoek in de vliegtuigtoiletten zelf leverde een zeer grote verscheidenheid aan bacteriële agentia op. Daarbij werden de deurknop, de vloer, de wc-bril, de bedieningshandel, de papierenhanddoek, en het gootsteentje onderzocht. Veel van de gevonden soorten zijn niet echt gezondheidsbedreigend. Het gaat vooral om huidbacteriën als Corynebacterium, Streptokokken, Stafylokokken, Propionibacterium en Kocuria. Bovendien is in het onderzoek gebruik gemaakt van de PCR (Polymerase Chain Reaction) en dat zegt iets over de aanwezigheid van een agens, maar niets over de besmettelijkheid op het moment van meting.

Bij outbreaks of aanwezigheid van zieken aan boord kan dat geheel anders komen te liggen. Daarbij moet men speciaal denken aan het Norovirus. Ook moet altijd rekening gehouden worden met verhoogd gevoeligenGezien de breedte van de mogelijke blootstelling, de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke (eventueel nog onbekende) virussen en bacteriën is het toepassen van adequate hygiënische maatregelen op z’n plaats.

Arbeidshygiënische aanpak
Naar aanleiding van klachten van verontruste werknemers heeft het NIOSH (National Institute for Occupational Safety and Health) een gericht onderzoek op de werkplekken gedaan (Burton 2000). Hieruit blijkt dat er een mogelijkheid tot blootstelling aan biologische agentia bestaat, ondanks de toevoeging van “blue water” dat waarschijnlijk alleen een deodorant functie had.

Men deed onderzoek aan de verzameltanks waarin alle tanks geleegd werden. Daarin werden geen agentia aangetroffen die maagdarmziekten zouden kunnen veroorzaken. Men adviseert tot het gebruik van een goede ventilatie in verband met de blootstelling aan chemicaliën (VOS - Vluchtige Organische Stoffen -, tot gebruik van desinfectantia en tot gebruik van goede persoonlijke beschermingsmiddelen zoals brillen, gelaatsschermen, vloeistofbestendige overalls en handschoenen (nitril).

Dit alles moet zorgvuldig toegepast en opgeruimd worden ten einde contaminatie van schone werkgedeelten te voorkomen. De handen moeten na gebruik van handschoenen gewassen worden. Adembescherming (N95 of beter). De vloeren moeten adequaat gereinigd worden met desinfectantia. De straal van de zeepoplossing moet sterk verminderd worden teneinde aerosolvorming te voorkomen.

Iedereen zou een vaccinatie tegen tetanus en difterie moeten ontvangen (dat wordt verder niet onderbouwd). Nadrukkelijk wordt gesteld dat voorlichting en instructie een essentieel onderdeel van de aanpak moeten vormen. In Nederland voegen we daar het houden van toezicht aan toe. Overigens is het erg aan te bevelen te werken met een schone en een vieze zone om verdere besmetting te voorkomen.

Biologische agentia in vliegtuigtoiletten

Bron:

McManus, C.J. & Kelley, S.T.
Molecular survey of aeroplane bacterial contamination.

Journal of Applied Microbiology 99 (3), 502-508.
doi: 10.1111/j.1365-2672.2005.02651.x
 
 
Genus and species Door knob* Floor* Handle* Paper towel† Sink* Toilet seat*
Abiotrophia sp. 1          
Achromobacter xylosoxidans       1    
Acidithiobacillus thiooxidans       1    
Aerococcus viridans         1  
Agrobacterium tumefaciens 1          
Anaerococcus octavius   1       1
Anaerococcus vaginalis     1     1
Bacillus psychrosaccharolyticus           1
Bacteroides ureolyticus     1      
Brachybacterium paraconglomeratum 1     1    
Brachybacterium sp. 1       1  
Bradyrhizobium sp.         1  
Brevibacterium aurantiacum         1  
Comamonas aquatica           1
Comamonas terrigena     3 1    
Comamonas testosteroni   3 1      
Corynebacterium imitans           2
Corynebacterium sp. 61720   10 8   3 2
Corynebacterium sp. 96447   4 1   2  
Corynebacterium sp. CIP107067   1        
Delftia tsuruhatensis strain ARI_7   3 1      
Dermabacter hominis     1      
Dietzia psychralcaliphila 2          
Dietzia sp.            
Finegoldia magna     1   1 1
Flavobacterium sp.         1  
Fusobacterium periodonticum       1    
Gemella haemolysans       1    
Granulicatella elegans       1    
Haemophilus parainfluenzae       2    
Kocuria carniphila 11          
Kocuria palustris 3     1 1  
Lactobacillus iners   2 5      
Leptotrichia genomosp. C1           1
Leuconostoc mesenteroides           1
Micrococcus sp. 5          
Moraxella osloensis 3       1 1
Mycobacterium sp. 1          
Neisseria elongata     1      
Neisseria flava     2      
Neisseria subflava       1    
Paracoccus sp.         1  
Peptoniphilus sp. 1          
Prevotella genomosp.           1
Prevotella sp. 1     1    
Propionibacterium acnes   1 2 3   14
Pseudomonas sp. 1          
Psychrobacter ikaite 2          
Sphingobacterium antarcticum     1      
Sphingomonas sp.           1
Staphylococcus epidermidis     2      
Staphylococcus equorum         3  
Staphylococcus hominis   3     1 1
Staphylococcus sp.         1  
Stenotrophomonas maltophilia   2 1 1 1  
Stenotrophomonas sp.   1        
Streptococcus gordonii     1      
Streptococcus mitis 1 1   7    
Streptococcus oralis           1
Streptococcus sanguinis 1     1   1
Streptococcus thermophilus           1
Sulfobacillus disulfidooxidans         2  
Weissella minor         1  
Uncultured bacteria   2 3   7 2
*Honolulu to San Francisco/Denver (HO–SFO–DEN).
†Mexico to San Diego (MEX–SAN).

Literatuur

McManus C.J., Kelley S.T. Molecular survey of aeroplane bacterial contamination, Journal of Applied Microbiology 2005, 99, 502-508  

Burton N.C., McCleery R.E. Exposures in Aircraft lavatory Cleaning Room. Highlights of the NIOSH Hazard Evaluation. Health hazard evaluation report HETA 98-0203-2778 Unites Airlines Indianapolis, Indiana. February 2000
 
Shieh Y.S.C., Baric R.S. , Sobsey M.D.. Detection of low levels of enteric viruses in metropolitan and airplane sewage. Applied and environmental microbiology, 1997, vol 63, No 11, p 4401- 4407
 
Tarr D., Clark Burton N., McCleery R.E. Exposure potentials during cleaning, overhauling and repairing of aircraft lavatory tanks and hardware. Applied Occupational and Environmental Hygiene. 2000 Volume 15(11):803-808