Buitenwerk

Naast de vele infectieziekten die men in specifieke buitenberoepen als beroepsinfectieziekte kan oplopen, zijn er ook infectieuze risico's die voor iedereen gelden die zich buiten bevindt. Deze risico's moet in iedere RI&E worden meegenomen waar werknemers beroepsmatig buiten werkzaam zijn.

Aan mogelijke blootstelling aan agentia buiten moet gedacht worden bij:

  1. Een reeds bekende bron.
  2. Meerdere ziektegevallen in het zelfde gebied binnen enkele maanden tot een jaar.
  3. Datum en intensiteit van de blootstelling komen overeen met de incubatietijd en het ziektebeeld.
  4. Er zijn identieke agentia geïsoleerd uit patiënt en omgeving.  

Tekenbeet bij politieagent
Een politieagent, die normaliter alleen stadsdienst heeft, doet mee aan het uitkammen van een stuk buitenterrein ten behoeve van een rechercheonderzoek. Daarbij loopt men naast elkaar en verzamelt alles dat eventueel kan gelden als een bewijsstuk. Na twee dagen ontdekt de agent een volgezogen teek op z'n been, die hij verwijdert. Enige tijd later verschijnt er op de plek van de tekenbeet een rode cirkel met centrale opheldering.

Pas weken later hoort hij van iemand dat hij zich had moeten laten behandelen en gaat hij naar de huisarts voor een antibiotica kuur. Hij blijft zich ziek voelen en verwijt zijn werkgever dat deze zijn zorgplicht als werkgever niet na is gekomen. Die had hem moeten waarschuwen voor het risico op besmetting met bijvoorbeeld de Ziekte van Lyme door tekenbeten. De werkgever had hem ook moeten vertellen hoe hij besmetting had kunt voorkomen.

 

 

 

Voorbeelden van mogelijke risicosituaties voor buitenwerkers

De buitenwerker kan aan de volgende werksituaties worden blootgesteld waarbij er een verhoogde kans op het oplopen van een infectieziekte kan bestaan:

  1. contact met mensen ”sociaal, agressie”
  2. contact met dieren (vee, wilde dieren, huisdieren; denk aan hondenbeten, kinderboerderij)
  3. contact met vectoren (muggen, vliegen, vogels, teken, etc.)
  4. contact met bijtende insecten
  5. contact met water
  6. contact met planten (schimmels, wonden door berenklauw)
  7. contact met aarde, modder
  8. contact met afval, mest
  9. blootstelling aan stof
  10. verwondingen door verkeer, vallen, dorens, scherpriet
  11. contact met straatvuil

Overigens gelden al deze risicosituaties ook tijdens sportbeoefening en andere vormen van vrijetijdsbesteding! 

Miltvuur bosjes
Vroeger werden dieren die aan miltvuur (anthrax) overleden in de weilanden begraven, na eerst overdekt te zijn met ongebluste kalk. Vaak plantte men er bomen op om aan te geven waar dat begraven gebeurd was. Aangezien anthrax sporen zeer resistent kunnen zijn, is het theoretisch mogelijk dat er op die plekken nog actieve antrax aanwezig is.

Muskusrattenvangers.
Veel voorkomende letsels bij muskusrattenvangers en rietsnijders zijn oogverwondingen veroorzaakt doordat men bij het bukken een stuk rechtopstaand riet in het oog krijgt. Dit kan dan als porte d'entree dienen voor agentia uit de omgeving. Bovendien hebben mensen in deze beroepen veel contact met oppervlaktewater, wat kan leiden tot een verhoogde kwetsbaarheid van de huid. Denk bij beide risicofactoren aan de ziekte van Weil .

Andere voorbeelden zijn Q koorts en Lyme welke in grote delen van het land aanwezig zijn. Emerging zijn: hantavirus, echinococcus multilocularis.