Dierenarts, assistente dierenarts
Deze informatie geldt ook voor:
- assistent dierenarts
- studenten dierengeneeskunde
- andere beroepen waarbij intensief met dieren gewerkt wordt zoals bijvoorbeeld keurmeester vleesverwerking, inspecteur VWA, medewerker dierenambulance
Een dierenarts kan vele functies vervullen maar bijna allemaal hebben ze gemeen dat er direct of indirect contact met levende, zieke of dode dieren kan plaatsvinden. Enkele functies zijn: dierenarts -kleine dieren, - grote dieren, keurmeester vleesverwerking, onderzoeker of bijvoorbeeld inspecteur VWA.
Zolang als er dierenartsen zijn, is bekend dat zij vele dierziekten kunnen oplopen en velen van hen beschouwen dat 'als bij het beroep horende'. Een dierenarts heeft een verhoogd risico op het oplopen van een zoönose omdat men niet alleen veel dieren ziet maar ook omdat de klantpopulatie vooral bestaat uit zieke dieren. Een verzekeraar van dierenartsen (Movir) schat dat 1,5 % van het aantal gevallen van arbeidsongeschiktheid bij dierenartsen door zoönosen (door dieren op mensen overdraagbare ziekten) veroorzaakt wordt.
Aangezien veel van de nieuw opduikende infectieziekten tot de zoönosen behoren, heeft de dierenarts ook een taak richting volksgezondheid. Internationaal is er een organisatie actief genaamd "One Health" die de veterinaire zorgverleners en de humane zorgverleners intensief wil laten samenwerken. De bedrijfsgeneeskundige inbreng daarbij ontbreekt overigens nog, maar ook die zou een substantiële bijdrage kunnen leveren. Niet in de laatste plaats omdat de dierenartsen zelf in de frontlinie voor het oplopen van zoönosen staan! Dat houdt in dat zij tevens als wachtposten voor zoönosen beschouwd kunnen worden.
Overigens gebruiken de meeste dierenartsen in ons land, net als in de USA (Wright 2008), zelden in voldoende mate persoonlijke beschermingsmiddelen en zijn ze zich niet altijd bewust van de risico’s die ze lopen. En dat is anno 2010 erg actueel. De Q-koorts epidemie heeft laten zien dat een besmetting gemakkelijk opgelopen wordt, onder andere gezien het feit dat verschillende onderzoekers naar de Q-koorts (uitbraak Nederland vanaf 2007) zowel uit de academische wereld als uit de publieke gezondheidszorg (GGD) zelf besmet werden hoewel zij wisten dat zij in een hoog besmettelijke omgeving rond liepen en de gebleken hoge seropositiviteit voor Q-koorts onder dierenartsen.
Overigens gebruiken de meeste dierenartsen in ons land, net als in de USA (Wright 2008), zelden in voldoende mate persoonlijke beschermingsmiddelen en zijn ze zich niet altijd bewust van de risico’s die ze lopen. En dat is anno 2010 erg actueel. De Q-koorts epidemie heeft laten zien dat een besmetting gemakkelijk opgelopen wordt, onder andere gezien het feit dat verschillende onderzoekers naar de Q-koorts (uitbraak Nederland vanaf 2007) zowel uit de academische wereld als uit de publieke gezondheidszorg (GGD) zelf besmet werden hoewel zij wisten dat zij in een hoog besmettelijke omgeving rond liepen en de gebleken hoge seropositiviteit voor Q-koorts onder dierenartsen.
In deze rubriek worden onder de diverse vervolgparagrafen systematisch alle mogelijke risico's en de transmissieroutes beschreven opdat de dierenarts voldoende preventieve maatregelen neemt ter voorkoming van beroepsziekten. De eisen daartoe vloeien voort uit de Arbo-wet, uit het Burgelijk Wetboek en (morele) verplichtingen jegens de volksgezondheid.
