Dierenwerkers

Een beroepsgroep die een bijzonder type risico op infectieziekten loopt, wordt gevormd door werknemers die met dieren werken. Het betreft een grote en zeer uiteenlopende beroepsgroep. In Nederland werken naar schatting 3000 dierenartsen. Dierentuinen tellen tezamen 2000 werknemers. Van die laatste groep hebben de dierverzorgers het meest intensief contact met de dieren. Zij lopen daarom het meeste risico. Daar komen nog de honderden medewerkers van dierenambulances en in gezelschapsdieren gespecialiseerde artsen bij.

 Voorts komen enkele honderden mensen op universiteiten en wetenschappelijke instellingen beroepshalve met proefdieren in aanraking. Dan zijn er nog enkele duizenden medewerkers van kinderboerderijen, maneges, kattenfokkers, hondenfokkers en medewerkers van kennels en dierenwinkels. Tienduizenden boeren, slagers en medewerkers in slachthuizen behoren eveneens tot de personen die beroepshalve met dieren in aanraking komen.

Vaak vergeten groepen zijn boswachters, houtvesters, hoveniers, greenkeepers en rioleringswerkers. Zij kunnen direct en indirect in contact komen met de uitwerpselen en urine van wilde dieren, vogels en ongedierte, en zo besmet raken met bijvoorbeeld salmonella, leptospira of hantavirus. Tekenbeten kunnen de verwekker van de ziekte van Lyme overbrengen. 

Dierenwerkers hebben heel specifieke beroepsrisico’s. Denk hierbij aan directe verwondingen, zoals de beet van een slang of een spin in de dierentuin, de stoot van de hoorns van een stier in de wei, de trap van een paard of olifant in de stal, of de haal van een aap of rat in een proefdiercentrum, en niet te vergeten de steek van de pijlstaartrog. Het zijn beroepsrisico’s die met voorzichtigheid en maatregelen als hekken en kooiconstructies goeddeels zijn te voorkomen, al zal er altijd enig risico blijven bestaan.

Volgens schattingen van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht loopt tien procent van de dierenwerkers vroeg of laat een allergie op. Daarmee staan de allergieën, na de aandoeningen aan het bewegingsapparaat en de gevaren van verwondingen door dieren, nummer drie op de lijst van beroepsrisico’s bij dierenwerkers.

Een onderbelicht risico vormen echter de zoönosen, dat wil zeggen infectieziekten die van dier op mens overspringen, waarbij het dier zelf niet ziek hoeft te zijn.