Feces van mensen
Humane feces worden niet alleen in toiletten en de riolering aangetroffen, maar ook in het milieu in geval van fecale verontreiniging (zoals riool-overloop bij zware regenval) en soms in compost (Guardabassi et al. 2003). Er wordt wel eens gesteld dat het bestaan een grote fecaal orale kringloop met zich meebrengt. Dit wordt wel eens bevestigd bij uitbraken waar een fecale transmissie een rol speelt.
Het hier gegeven overzicht is slechts een opsomming van mogelijke aanwezige fecale biohazards. Al naar gelang de concrete (arbeids)situatie moet bekeken worden welke biologische agentia daar een rol zouden kunnen spelen. Men bedenke daarbij dat de concentratie van het agens op het moment van blootstelling, de overlevingskracht, andere aanwezige agentia en eventuele desinfectantia (Schönning 2004) van wezenlijk belang zijn.
Bij een toiletschoonmaker zullen deze factoren een ander belang hebben dan bij een rioolwerker op kilometers afstand van de plaats waar de feces worden geproduceerd). Er zijn vele transmissiewegen denkbaar zoals weergegeven in het schema van Franceys, Pickford and Reed (1992). In de riolering en het oppervlaktewater bevinden zich behalve humane feces ook biologische verontreinigingen uit andere bronnen, zoals dieren, kadavers en bijvoorbeeld de gewone aquatische bacteriën.
Om te onderzoeken of er sprake kan zijn van fecale verontreiniging, is het aantonen van een indicatororganisme (een organisme dat als aanwijzing kan dienen dat een bepaalde soort verontreiniging aanwezig is) als de E.Coli voldoende.
Voor het bepalen in hoeverre de hier genoemde micro-organismen ook een risico vormen in bepaalde werksituaties is een nadere analyse ter plekke noodzakelijk. Houd daarbij rekening met het dragen van handschoenen, het ontstaan van aerosolen en bijvoorbeeld de specifieke categorieën blootgestelden, zoals druggebruikers, buitenlandse bezoekers of mensen met speciale ziekten (ook dragers!). Normaal zijn er tussen de 10¹¹ en 10¹³ organismen per gram feces aanwezig.
Het fecaal diagram (EcoSanRes Schönning, 2004)
