Opkomende infectieziekten

Emerging infectious diseases

Er zijn op dit moment (januari 2007) 1407 biologische agentia bekend die de mens ziek kunnen maken. 60% is van dierlijke afkomst (de zogenaamde zoönosen). Jaarlijks komt er ongeveer één ziekteverwekker bij. Weliswaar zijn dit geen nieuwe agentia, maar bestonden ze allang en werden nu pas ontdekt of het zijn voor de mens nieuwe ziekteverwekkers, die de stap van dieren naar de mens hebben genomen. Het is waarschijnlijk dat dit mede samenhangt met de sterk toegenomen mobiliteit van personen en goederen (zie overzicht). Van deze (op)nieuw verschijnende ziekteverwekkers gaat het bij 30% om agentia met een unieke humane oorsprong en bij 70% om een zoönose.

Geografisch overzicht  emerging infections (uit Nature 2004) waaruit blijkt dat er sprake is van een geografische spreiding wereldwijd:

Onderstaande tabellen geven de namen van infectieziekten die de laatste tientallen jaren nieuw zijn opgekomen (NIAID 2007). Groep 1 zijn de nieuwe agentia. Ook is het mogelijk dat al uit het (medisch) zicht verdwenen agentia plotseling opnieuw opduiken; daarvan staan in groep 2 enkele voorbeelden. (remerging infectious diseases)

GROEP I – Pathogenen welke de laatste 20 jaar nieuw ontdekt zijn

Acanthamebiasis
Australian bat lyssavirus
Babesia, atypical
Bartonella henselae
Ehrlichiosis
Encephalitozoon cuniculi
Encephalitozoon hellem
Enterocytozoon bieneusi
Helicobacter pylori
Hendra or equine morbilli virus
Hepatitis C
Hepatitis E
Human herpesvirus 8
Human herpesvirus 6
Lyme borreliosis 
Parvovirus B19

GROEP II – Heroptredende infectieuze agentia van de laatste 20 jaar

Enterovirus 71
Clostridium difficile (added July 2006)
Coccidioides immitis
Mumps virus (added July 2006)
Prion diseases
Streptococcus, group A
Staphylococcus Aureus
Coccidioides immitis

Vooral de zich gemakkelijk aan de gastheer aanpassende RNA virussen zijn kandidaat voor nieuwe infecties.

Over de achtergronden en oorzaken van het optreden van al deze nieuwe infecties wordt veel gespeculeerd. Het gaat zeker niet alleen om de sterk verbeterde opsporingsmethoden. De volgende ontwikkelingen lijken een bevorderende rol te spelen (Woolhouse 2005):

  1. Verandering in landgebruik of landbouwmethoden
  2. Veranderingen in menselijke demografie en samenleving
  3. Slechte volksgezondheid (HIV)
  4. Ziekenhuizen en medische procedures en technieken
  5. Ontwikkeling van de ziekteverwekker (door toegenomen gebruik van antibiotica)
  6. Besmetting van voedsel en water
  7. Internationaal reisverkeer
  8. Tekortschietende gezondheidszorg
  9. Internationaal handelsverkeer
  10. Klimaatveranderingen

Of een virus bijvoorbeeld echt gevaarlijk gaat worden, hangt van diverse eigenschappen af, zoals de overdraagbaarheid tussen mensen en de dodelijkheid en het aanpassingsvermogen.

Zo is Ebola erg dodelijk, maar dat is zodanig ernstig dat het zich niet of nauwelijks kan verspreiden. En dat ondanks het feit dat het zich in vele lichaamsvochten bevindt en er vele mogelijkheden voor transmissie zijn.

Ook de huidige vorm van vogelinfluenza is voor de mens weliswaar vaak dodelijk maar de overdracht van dier op mens gaat (nog?) heel moeizaam. Dit komt waarschijnlijk door de afwezigheid van voldoende receptoren in de bovenste luchtwegen waar het virus zich aan zou kunnen binden. Pas bij heel intens contact waarbij fijne deeltjes de diepere luchtwegen met receptoren wel bereikem, wordt het overgedragen. De vrees is wel dat dit zou kunnen veranderen. Bijvoorbeeld door menging met een bestaand (humaan) influenzavirus dat zich wel aan de receptoren in oog/neus kan verbinden.

Het West-Nile-Virus (WNV) is sinds enige jaren endemisch in de Verenigde Staten geworden nadat het mogelijk via een mug, meereizende met een vliegtuig, aangekomen is. Er zijn geen principiële argumenten te bedenken waarom dat ook niet in ons land zou kunnen gebeuren.

Werknemers en nieuw opkomende ziekten.

Bij SARS waren in het begin van de uitbraak vooral gezondheidswerknemers het slachtoffer en dat zal bij onbekende besmettelijke ziekten vaker het geval zijn. Maar ook werknemers die bijvoorbeeld blootstaan aan nieuw geïmporteerde vectoren zouden ziekten kunnen oplopen die voorheen onbekend waren. Een voorbeeld is de Aziatische tijgermug (Aedes albopictus), die mee kan komen met geïmporteerde 'Lucky bamboo'-stekjes op water. Deze zou de eerste mensen die op zijn weg komen (douaneambtenaren, personeel van het inportbedrijf, het verdeelbedrijf) tot slachtoffer kunnen maken. De mug zou hen met gele koorts kunnen besmetten. Mogelijk zal de mug zelfs in staat blijken zich in ons klimaat te handhaven, zoals dat ook in Italië het geval is.

 

Onwetende werknemer steeds angstiger en onzekerder!
Een medewerker van een importbedrijf van de Lucky bamboo werd regelmatig door de uit het water vrijkomende muggen gestoken. Na verloop van tijd voelde hij zich niet helemaal lekker zonder direct te weten wat de oorzaak was. Toen hij in de krant vernam dat er sprake zou kunnen zijn van infectieziekten door geïmporteerde muggen overgebracht, wist hij het zeker: het nachtzweten dat hij ook was gaan doen had zijn kussenslopen een gele tint gegeven. Dit omdat bij blijkbaar gele koorts had opgelopen hierdoor.

Ook reizigers die van wegens het werk verre landen bezoeken behoren tot de risico groep. Aangezien het ook hier een beroepsziekten betreft moet de werkgever bij elk van genoemde risicogroepen preventieve activiteiten ontwikkelen.

 

Onwetende werkgever en zieke vertegenwoordiger
Een reizende medewerker van een bedrijf liep in het verre oosten een ernstige Japanse encefalitis op. Hij herstelde daar niet geheel van en stelde vervolgens dat zijn werkgever hem hiervoor had moeten waarschuwen. De werkgever vroeg zich af of dat terecht was of niet. De man had de mug die de ziekte overbracht immers ook in zijn vrije tijd kunnen oplopen en daar voelde hij zich niet verantwoordelijk voor. En bovendien wat had hij eigenlijk wel kunnen doen?

KIZA-redactie: Om te voorkomen dat zowel werkgever als werknemers onverhoopt geconfronteerd worden met zo een onwenselijke situatie is het belangrijk, vooraf, voldoende informatie te verzamelen. Zo is tegen Japanse encefalitis is een effectief vaccin beschikbaar. Aansluitend hieraan kan deze informatie als basis dienen voor een RI&E. De arbodienst of andere deskundige instanties zou hierbij kunnen helpen.Ook kunnen er eventueel allerlei praktische maatregelen worden genomen zoals het meenemen van eventuele preventieve medicatie en het regelen van beschikbaarheid van goede medische faciliteiten in het land van bestemming. Eventueel, ingeval van een te groot risico, bijvoorbeeld zwangere werkneemsters of andere kwetsbare groepen, zou dit in bepaalde gevallen kunnen leiden tot uitstellen of zelfs afstellen van de reis.

Risicolopers onder werknemers voor emerging infectieus diseases zijn bijvoorbeeld:

  • Bedrijfsmatige reizigers
  • Personeel van importbedrijven
  • Personeel werkzaam in het Internationaal beroepsgoederen verkeer
  • Lucht- en zeevaart personeel
  • Havenwerkers
  • Douanepersoneel
  • Vliegveldmedewerkers
  • Veilingpersoneel
  • Gezondheidszorg werkers
  • Ontwikkelingswerkers
  • Dierentuinpersoneel
  • Dierenhandelaars
  • Personeel dat met vogels omgaat
  • Vissers
  • Jagers
  • Voedingsmiddelen importbedrijven
  • ……

In wezen is bovengenoemde lijst eindeloos uit te breiden. Het hoofdkenmerk van alle bovengenoemde riscolopers is dat zij óf door zichzelf te verplaatsen of doordat zij in aanraking komen met zich verplaatsende bronnen in aanraking komen met voorheen voor hen onbekende agentia.

Werkgevers hebben ook richting volksgezondheid een taak om alert te zijn op het voorkomen van nieuwe opkomende ziekten bij hun werknemers. Bij de Aziatische tijgermug was er aanvankelijk enige onenigheid of er alleen sprake zou zijn van een gevaar voor de werknemers (dus de werkgever heeft de verantwoordelijkheid, met SZW op afstand) of dat ook de omwonenden enig risico zouden lopen (volksgezondheid en de curatieve sector). Net of muggen niet door een open raam naar buiten zouden kunnen vliegen of zich alleen tot werknemers zouden beperken….

Literatuur