Zoek

Infectieziekten A-Z
Preventie SARS


Algemene preventieve maatregelen
Preventie van SARS berust op het vermijden van contact met een van SARS verdachte zieke persoon en diens lichaamsvloeistoffen.

  • Medewerkers in de gezondheidszorg (en stagiaires) die in besmette gebieden in ziekenhuizen hebben gewerkt, mogen tot tien dagen na hun terugkomst niet werken in de patiëntenzorg in Nederland. Uit ervaringen met SARS in gebieden met lokale transmissie is namelijk gebleken dat vooral vanuit de ziekenhuisomgeving verspreiding van SARS plaatsvindt met aanzienlijke risico's voor medewerkers. Zij vallen wel onder toezicht van de GGD en moeten tweemaal daags de temperatuur meten (niet via oksel) en telefonisch contact opnemen met hun contactpersoon bij het ontstaan van klachten passend bij SARS.
  • Medewerkers in de gezondheidszorg (en stagiaires) die beschermd blootgesteld zijn aan een waarschijnlijk geval van SARS mogen hun werkzaamheden voortzetten, maar dienen deze per direct te stoppen bij het ontwikkelen van klachten passend bij SARS.
  • Medewerkers in de gezondheidszorg (en stagiaires) die na verlof terugkeren en korter dan tien dagen in een gebied zijn geweest waar transmissie plaatsvond, worden beschouwd als een contact van een waarschijnlijk geval van SARS en als zodanig behandeld. Zij mogen hun werkzaamheden voortzetten, maar dienen deze per direct te stoppen bij het ontwikkelen van klachten passend bij SARS.
  • Producten die verontreinigd zijn met ontlasting zouden theoretisch een besmettingsrisico kunnen vormen, omdat het virus in ontlasting meerdere dagen kan overleven. De feco-orale transmissieroute is echter nog niet bewezen. De WHO heeft tot nu toe geen beperkingen aangekondigd met betrekking tot import van producten en dieren uit gebieden met SARS-transmissie.
  • Uit veiligheidsoverwegingen sluit Sanquin bloeddonoren uit die de laatste 28 dagen voor donatie in de besmette gebieden zijn geweest.

Strikte isolatie in het ziekenhuis
Opname van patiënten die waarschijnlijk SARS hebben, vindt plaats in strikte isolatie (zie WIP-richtlijn 4b). Indien er een tekort aan isolatieplaatsen ontstaat, kan cohortverpleging van virologisch bewezen SARS-patiënten worden toegepast. De isolatie duurt tot twee weken na het verdwijnen van de koorts, onder voorwaarde dat de respiratoire symptomen verminderd of verdwenen zijn.

De WIP is van mening dat bij de verzorging/verpleging van SARS-patiënten in strikte isolatie het dragen van oogbescherming niet altijd noodzakelijk is. In de landen waar ervaring is opgedaan met verpleging van SARS-patiënten wordt oogbescherming noodzakelijk geacht voor hulpverleners. De algemene voorzorgsmaatregelen van de WIP schrijven voor dat een bril gedragen wordt bij iedere handeling waarbij kans bestaat op spatten of spuiten (van bloed of andere lichaamvochten, secreta en excreta), dus ook bij een SARS-patiënt wanneer overdracht via spatten of spuiten aan de orde is.

Het dragen van oogbescherming is in ieder geval nodig bij handelingen waarbij gebruik wordt gemaakt van vernevelaars, uitzuigapparatuur, endoscopen of andere interventies waarbij de hulpverlener in direct contact kan komen met geïnfecteerde lichaamsvochten. Voor een beschrijving van adequate oogbescherming wordt verwezen naar het onderdeel 'Oogbescherming' uit de WIP-richtlijn 'Algemene voorzorgsmaatregelen'.

Thuisisolatie
Het draaiboek SARS I beschrijft de hygiënemaatregelen in de thuissituatie voor hulpverlener en gezinscontacten.

Repatriëring
Wanneer patiënten worden gerepatrieerd die vanwege andere aandoeningen dan SARS in ziekenhuizen hebben gelegen in gebieden waar SARS-infecties voorkomen, en die rechtstreeks vanuit het ziekenhuis daar naar een ziekenhuis in Nederland gaan, dan worden ze opgenomen in strikte isolatie (WIP-richtlijn 4b) gedurende de incubatieperiode (maximaal tien dagen) en gedurende deze periode geobserveerd in verband met het ontwikkelen van luchtwegklachten.

Wanneer patiënten worden gerepatrieerd die vanwege andere aandoeningen dan SARS in ziekenhuizen hebben gelegen in gebieden waar SARS-infecties voorkomen, en die na ontslag nog minimaal tien dagen in het gebied (buiten het ziekenhuis) waar SARS voorkomt zijn geweest maar geen van de symptomen van SARS hebben ontwikkeld, dan kunnen ze terugkeren zonder preventieve maatregelen (de incubatietijd is immers verstreken). Wel dient de patiënt in Nederland zichzelf nog tien dagen te controleren op de symptomen van SARS zoals wordt aanbevolen bij elke reiziger die terugkeert uit gebieden waar SARS voorkomt.

Patiënten met luchtwegklachten mogen gerepatrieerd worden nadat SARS door een arts ter plekke is uitgesloten en dit schriftelijk is vastgelegd. Patiënten met de diagnose SARS worden uitsluitend in overleg met de IGZ gerepatrieerd.

Bron: LCI protocol SARS (2004/2005)